Zondag 26 augustus om 14.00 uur is het vijfde Open Podium in Openluchttheater De Oude Kwekerij, met zoals gebruikelijk een afwisselend programma. De optredende artiesten zijn Dik  Gerrits, P.P.P., Guido Lamm en Erna Res, en Mijke Dhondt. Dik Gerrits vertelt een verhaal vol drama en spanning over de Indonesische jungle.  P.P.P. zijn singer-songwriters die lekker samenspelen en zingen. Ze spelen eigen nummers en covers. Guido Lamm en Erna Res zingen Liedjes die er toe doen No. 2. ook dit keer Nederlandse liedjes die je raken, die ertoe doen en veelzeggend blijven.
Mijke Dhondt (zie afbeelding) besluit het Open Podium. Zij zingt en begeleidt zich zelf op haar gitaar. Mijke won vorig jaar de finale van de Alkmaarse talentenwedstrijd Just Sing 2017, en  is “de Stem van Alkmaar 2017”. 

Het openluchttheater ligt in het Alkmaarse Park De Oude Kwekerij aan de Jan van Scorelkade 6 tussen de woonwijken Bergerhof en Bergermeer. De entree is gratis. Wel wordt een kleine vrijwillige bijdrage gevraagd voor de onkosten. Bij slecht weer wordt het programma verplaatst naar een tent bij het theater. In de Villa, de kantine van het park, kunt u een drankje nuttigen.

Een verslag van Felix Hogeboom:

Open Podium Openluchttheater De Oude KWekerij 26-8-2018 (5e van seizoen)

Op zondag 26 augustus vindt het vijfde open podium bij Openluchttheater De Oude Kwekerij plaats, aangekondigd door Jos Res.
Er is goed weer en redelijke publieke belangstelling. Als eerste act treden Guido Lamm en Erna Res op. Guido en Erna waren vorig seizoen
ook al te horen bij het openluchttheater en treden nu op met het programma ‘Liedjes die ertoe doen deel 2’.
Afgelopen vrijdag nam Guido deel aan het programma The Voice Senior, het is inmiddels bekend dat hij door mag naar de volgende ronde.

In het Alkmaarse openluchttheater klinken rustige luisterliedjes met een glimlach en een vleug melancholie. ‘Zolang de Oostenwind blijft waaien zullen
de bladeren blijven vallen.’ Lamm valt op door zijn krachtige stem en zorgvuldige tekstbehandeling. ‘Heb het leven lief, leef als een kind van
de wind en van de liefde en herken de open deur in de ogen van een vreemde’, zingt Erna met overgave aan de poÎtische tekst.
Het lied oogst waardering bij het publiek.

De grote cabaretier Toon Hermans was een ster in het vindingrijke dichterlijke lied. Zijn lied ‘Lente me’ brengt Erna met de passende naÔeve onschuld en verwondering.
Er volgt een liedje over jaloezie. ‘Ik moet mezelf leren jou vrij te laten ondanks de piraten en de kapers op de kust’.
Guido komt met een anekdote uit zijn verleden als verpleeghuisdirecteur: ‘Twee demente mensen zitten gezellig hand-in-hand op de bank,
terwijl de echtgenote van een van hen op bezoek komt en moet bekennen jaloers te zijn op die mevrouw die daar zit met haar man’.

Dan komt de inleiding bij het lied ‘Mooi’ van Maarten van Roosendaal, Guido heeft ooit nog gewerkt met zijn vader die een belangrijk psychotherapeut was op Willibrord;
hij hoorde wel eens wat over de zoon, ‘helaas veel te jong overleden want hij had nog veel meer mooie teksten en liedjes kunnen maken’.
Maarten’s ‘Mooi’ wordt met fijn gevoel en groot gebaar gebracht, ‘Ik ben goddank nog een jonge lente waard, om te janken zo mooi ..’. Bravo.

Voor zijn vrouw, die al zijn zangaspiraties maar goed moet vinden, zingt Guido Paul de Leeuw’s tekst ‘De vleugels van mijn vlucht’: ‘En jij bent
degeen die alle macht heeft want jij bent de vleugels van mijn vlucht’. Als afsluiting van het optreden wordt het welbekende ‘Sammy’ van Ramses Shaffy
gebracht. Guido en Erna brengen op onderhoudende wijze herkenbare en invoelbare liedjes.
Na een klein half uur muzikale verwennerij is het voorbij, daarna is het woord aan verteller Dik Gerrits.

Dick Gerrits (Ned. IndiÎ 1944) is verhalenverteller en neemt ons op goedmoedige wijze mee naar zijn geboortegrond bij Buitenzorg (Bogor) op
Java waar het in 1944/’45 nog rustig is, op afstand wordt al wel de machtshonger van Japan gevoeld.

Dick vertelt van de trap naar de rivier die langs de kampongs voert, de Binjawah-varaan die tot wel 3 m lang kan worden die je daar aan kunt treffen,
een hagedis die sterk genoeg is om een big, veulen of peuter te pakken. De verteller dwaalde er in zijn jeugd rond en kreeg van zijn grootvader een draai om de oren
omdat hij zich zonder toestemming nabij de rivier, leefgebied van de varaan, had begeven.

Het dagboek uit 1946 vermeldt dat de situatie in dat jaar slechter is geworden voor de Nederlanders en Indische Nederlanders (kapitulatie van Japan na atoombom op Hiroshima).
Indonesia Merdeka, IndonesiÎ vrij ! Legerwagens rijden langs Buitenzorg, zowel dreiging als geruststelling zijn voelbaar. Dik heeft er een gedicht over gemaakt getiteld ‘Tropenland in oorlog’.

Dan volgt Gerrits’ emigratieverhaal, zoals hij in 2017 bij een eerste optreden in het Parkhuis vertelde. Op een oud vrachtschip vertrok hij naar Holland, de zee lag vol met mijnen.
Via Rotterdam belandde hij in Schoorl. 1946 was een koude winter met strenge vorst, sleetje rijden in de duinen, herinnering aan de dorpsomroeper.
Een gelukkige jeugd gehad in Schoorl, vader en moeder liggen er begraven. Toch voelt Dick zich een Indische jongen die de rijsttafel kan waarderen.

Met breed gebaar en gevoel voor verbeelding schetst hij bergen, oerwouden, vulkanen en sawah’s van zijn vaderland, de kali waar vrouwen de was doen, jongens de karbouwen laten drinken en
onderwijl schoonboenen. Slangen en krokodillen tref je aan in het oerwoud verderop. Dan begint het verhaal over de jongen Addi en zijn stoere karbouw, een verhaal dat het op een basisschool zeker goed zou doen,
over een gevecht tussen een oude tijger en een karbouw.

De oude tijger is te traag geworden voor de jacht en wacht op een hapje mensenvlees dat hij wellicht makkelijk kan verschalken. Dan ruikt hij de geur
van Addi en karbouw. De tijger, die al lange tijd niet gegeten heeft, waagt er een gevecht aan maar moet uiteindelijk het onderspit delven
na op de horens van karbouw genomen te zijn. Zwaar bloedend trekt hij zich terug in het oerwoud om daar te sterven, ten prooi aan de aasdieren
die zich aan zijn vlees tegoed doen. Addi keert met karbouw als held terug naar het dorp, dorpelingen met spades en bijlen komen hem al tegemoet.
Zij waren uitgelopen om hem te helpen bij het verdrijven en doden van de tijger, het geluid van het gevecht was tot in de kampong te horen
geweest. De heerschappij van de tijger is afgelopen. In de kampong herneemt het leven zijn gewone loop. Het verhaal van Addi en stoere karbouw
wordt bij het kampvuur van generatie op generatie verteld. ‘Ik ruik de kruiden van de dessa’, merkt presentator Jos Res tot slot op.

Als derde artiest treedt coverband P.P.P. op, bij deze gelegenheid bestaande uit twee personen, gitarist Peter Kuiken en zangeres Merit Zeilmaker.
Zij brengen soul en blues, loten aan de stam van de rockfamilie, waaronder ook eigen nummers. Er volgen wat dromerige ballads en eenvoudige laid-back blues
‘You’re all I need’ waarvoor ruim de tijd genomen wordt. De muziek is eenvoudig, de tekst gaat vaak over relaties, het zoeken van verbondenheid met de ander,
de frictie binnen die nummers is veelal de onmogelijkheid om die verbinding te maken. In hun bluesy aanpak tonen gitarist en zangeres de ups en downs van het leven, zonder veel omhaal.

Als besluit van het openpodiumprogramma treedt singersongwriter Mijke d’Hondt op. In 2017 werd zij bij Podium Victory verkozen tot Stem van Alkmaar.
Dit seizoen begint zij aan een studie psychologie in Utrecht. Er klinkt intiem, voorzichtig gitaarspel met zachte stem die zowel introvert als authentiek krachtig is
waarbij de tekst getuigt van de jeugdige queeste van de dame, een zoektocht naar identiteit en waarheid. ‘Correct me if I am wrong’ zingt ze met omfloerste stem
met wat spanning op de stembanden en licht hees geluid, eenvoudige slag als gitaarbegeleiding. ‘Verkoudheid opgelopen op Lowlands,
ben vandaag extra zwoel’, merkt Mijke op nadat ze haar eerste nummer heeft afgerond. Een cover wordt nauwgezet gepresenteerd:
‘I never dreamt I would ever meet somebody like you’. Subtiele volumewisselingen, spel blijft zacht als bedding, de stem en pose drukt de
kwel van de blues uit waarbij de zang zichzelf emancipeert vanuit innerlijke noodzaak. Dat lijkt me een goede drijfveer voor een ware artiest.
Wellicht gaan we meer van deze dame horen.

 

Een korte impressie: